
Gisteren stond Limburgs Mooiste op het programma. Samen met Paul had ik me ingeschreven voor de rode route van 150 kilometer. We begonnen vol goede moed, maar al snel bleek dat het zo’n dag zou worden waarop alles tegenzat.
Vroeg in de rit reed ik door een kuil met flinke gevolgen: beide banden waren direct lek. Na een bandenwissel konden we verder, maar de pech was nog niet voorbij. Bij het Drielandenpunt kochten we nieuwe reservebanden, een goede keuze achteraf, want na een afdaling klapte mijn voorband opnieuw. Daarbij ontdekte ik ook een lichte slag in mijn voorvelg.
Door het slechte wegdek en problemen met de bandendruk kreeg ik veel meer rolweerstand dan normaal. Mijn benen liepen langzaam vol en de Limburgse klimmetjes werden steeds zwaarder.
Bij de 100 kilometer was de tank leeg. Mijn voorband was inmiddels voor de vierde keer lek geraakt en doorgaan was niet meer verstandig. Ik besloot terug te keren naar de start en eindigde alsnog met 120 kilometer op de teller.
Gelukkig was er ook een positief einde: Paul reed de volledige 150 kilometer uit. Respect daarvoor.
Het werd niet de rit waarop ik had gehoopt, maar wel een herinnering dat doorzetten belangrijk is en dat verstandig stoppen soms de beste keuze is.
Dit was de tweede keer dat ik Limburgs Mooiste reed. Ondanks alle pech onderweg kijk ik alweer vooruit naar volgend jaar. Met een gerepareerde fiets en een winter vol training hoop ik dan opnieuw aan de start te staan en alsnog af te rekenen met die 150 kilometer.


Geef een reactie